Bandjevrijen

woensdag 16 mei 2012

Mijn column in het meinummer van FIETS 2012

 

Bandjevrijen

 

Ik zag de bui al meteen hangen. Bij windtunneltests is gebleken dat een fietser minder luchtweerstand heeft met een andere fietser aan zijn wiel. Dus nu hebben wieltjeszuigers nog een excuus ook. Nieuwe wetenschappelijke inzichten of niet, ik lift nooit ongevraagd mee, uit principe. Ik dring mezelf niet op, kwestie van goede manieren. Stel, je komt een bijna lege treincoupé binnen, er zit alleen maar een meneer met een krantje, ga je dan op zijn lip zitten? Nou dan! Als ik een eenzame fietser zie, dan denk ik: het zal wel een keuze zijn. Kan ik me alles bij voorstellen, eenzaamheid heeft ten onrechte een slechte naam, vooral op de fiets. Om alleen te zijn neem ik de extra luchtweerstand graag op de koop toe.

 

Iemand die aan mijn wiel hangt is nog tot daaraan toe. Zolang zijn ketting niet piept en hij zijn rochels opspaart, kan ik proberen de illusie van eenzaamheid in stand te houden. Hij moet zich dus vooral niet geroepen voelen om ook kopwerk te doen. Beter dat hij tegen mijn toges aankijkt dan mijn uitzicht te laten verpesten door de zijne voor mijn snufferd. Ook al zoiets, het zal nooit eens een frisse juffrouw zijn met een wapperende paardenstaart die mijn wiel pakt. Of die de kop neemt zodat ik tegen een bevallig rank fietsvrouwenlichaam mag aankijken, gestoken in een schattig roze shirtje en dito wielerbroekje. Vrouwen dringen zich niet op. Vrouwen hebben fatsoen, wat minder zou soms geen kwaad kunnen. Altijd en eeuwig zijn het opgeschoten jongens, middelbare of nog oudere mannen die met me willen bandjevrijen, ongewenste intimiteiten, dat zijn het.

 

Ook als het bij wieltjeszuigen blijft is het een inbreuk op mijn privacy. Mijn neus snuiten naar opzij, of een wind laten, ik vind dat ik het niet kan maken met iemand vlak achter me. Onverwachts remmen of door rood rijden, zelfde laken een pak. Je voelt je toch verantwoordelijk voor je metgezel in de gedoogconstructie. Je bevrijden van het blok aan je been is de enige oplossing. Maar hoe? Niet iedere wieltjeszuiger rijd je er zomaar af, het heet niet voor niets wieltjeszuigen. Als het lukt, ben je verplicht er flink de sokken in te blijven zetten, anders is hij zo weer terug. Je moet er maar zin in hebben. Soms biedt de Gerben Karstenstruc dan uitkomst: Buffelen tot je uit zicht bent voor je zwoegende achtervolger en je dan snel verstoppen. Je wacht even tot hij voorbij is. Als hij een puntje aan de horizon geworden is, stap je weer op en rijd je op je gemak verder. Of je neemt een afslag, liefst achter zijn rug. Je moet hem dus even de kop zien op te dringen. Als andere opties geen succes hebben of niet in aanmerking komen, is er nog een paardenmiddel: Stoppen! Dat is niet zonder risico want wat houdt hem tegen om ook in de remmen te knijpen? En wat heeft hij dan nog voor excuus nodig om tegen je aan te gaan ouwehoeren?

16 May 2012
By on 18:34
Waarom de man niet sexy meer is

Vrijdag 11 mei 2012

Sinds eergisteren staat de volgende column online op FOK.nl

 

Waarom de man niet sexy meer is

 

Waar is het toch precies fout gegaan met mannen? Een eeuw vrouwenemancipatie bracht vrouwen pure winst maar voor mannen was het een eeuw lang bijna alleen maar inleveren. Ze kregen wel iets terug maar daar hadden ze nooit om gevraagd, taken in het huishouden en een groter aandeel in de zorg voor de kinderen. Hoe komt het dat ze nooit op het idee gekomen zijn om hetzelfde te doen als vrouwen? Net als zij nieuwe wegen inslaan en andere kwaliteiten ontplooien. Na de industriële revolutie, de opmars van de ICT en 3 feministische golven is de rol van de man als stoere vent, machtige heer des huizes die alles beter wist, onbetwiste kostwinner en galante ridder uitgespeeld. Is dat erg? Nee natuurlijk niet. We zijn van een hoop flauwekul verlost. Maar het was precies die flauwekul waaraan de man zijn status ontleende, de status die hem aantrekkelijk maakte voor een vrouw. Sexy zelfs. Mannen hebben domweg niet aan zien komen dat ze nu met lege handen staan als het om sex-appeal gaat. Want wat is er verder echt aantrekkelijk, laat staan sexy aan een gemiddelde man van tegenwoordig? …

Klik hier om verder te lezen op FOK.

 

De column is eerder gepubliceerd op www.liefdeenzo.nu onder dezelfde titel

11 May 2012
By on 16:24
Sterk zijn is een keuze

dinsdag 1 mei 2012

Sinds woensdag 4 januari 2012 staat de volgende column online op FOK

 

Sterk zijn is een keuze

 

Zijn je goede voornemens alweer gesneuveld? De eerste sigaret alweer gerookt, toch weer gesnoept? Maak je niet druk, het is niet jouw schuld. Je kan er niets aan doen, helemaal niets. Jij hebt namelijk niets te willen. Dik worden en roken is de schuld van je lichaam.

 

Medicijnengoeroe Ivan Wolffers zei het laatst zelf op de radio, je lichaam vraagt om calorieën. Je hebt toch honger, is dat dan geen duidelijk signaal? Wie ben jij om ertegenin te gaan? In de zeven vette jaren wil je lichaam energie opslaan voor de zeven magere jaren. Dat is honderdduizenden jaren een successtrategie geweest. Dat die magere jaren tegenwoordig niet meer komen, hoe kan je lichaam dat weten?

 

Neem het je lichaam eens kwalijk, dat heeft geen hersens. Jij wel, jij hebt hersens, maar je lichaam is de baas. Dat vraagt en dat vraagt en dat vraagt. En jij maar geven. Je geeft het net zoveel calorieën en net zoveel nicotine als het hebben wil. Ja ook nicotine, nicotine lijkt zoveel op een ander stofje dat je lichaam wel nodig heeft, dat het zich vergist. Jij weet wel beter, met die hersens van je, maar wat die hersens van jou willen, daar trekt je lichaam zich niets van aan.

 

Je kan proberen je lichaam te slim af te zijn. Door bijvoorbeeld af te gaan vallen met een dieet. Maar ook met die truc weet je lichaam wel raad. Het stond maandag in de Volkskrant: ‘Lichaam verzet zich tegen gewichtsverlies na dieet.’ Wat blijkt, als je je lichaam de calorieën gaat onthouden die het nodig denkt te hebben, dan verzint het een list. Het gaat aan het experimenteren met hormoonspiegels. Die zorgen voor extra hongergevoel, zo erg dat je niet anders kan dan meer te gaan eten, net zoveel tot je weer op je oude gewicht terug bent. En liefst nog hoger.

 

En nicotine, dat is natuurlijk hetzelfde verhaal. Die wil om te stoppen van jou, daar lacht je lichaam om. Ga maar er maar eens tegenin als je lichaam om een sigaret vraagt. Want eerst is het vragen, als dat niet genoeg is, dan wordt het dwingen. Zonder dat jij het wilt, gaat je hand vanzelf naar dat pakje om er een sigaret uit te halen. En als het pakje leeg is, dan stuurt je lichaam je als een boodschappenjongen naar de sigarenboer om nieuwe te halen.

 

Maar hoe komt het dan dat het sommige mensen wel lukt om een goed voornemen tot een goed einde te brengen? Meer dan de helft van de rokers slaagt er in om te stoppen, al is het soms pas bij de twintigste poging. Steek je dan toch iets op van al die mislukkingen? Ook het antwoord daarop stond in de krant, namelijk in een artikel in De Pers van dinsdag: Willen, dat leer je ervan! Langzame leerlingen hebben meer mislukkingen nodig dan snelle om te leren wat het geheim van willen is. Ligt eigenlijk nogal voor de hand: discipline, zelfcontrole. Precies wat er aan ontbrak bij al die keren dat het misging. Je saboteerde stelselmatig je afspraken met jezelf.

 

De Pers citeerde uit een dik boek van hoogleraar sociale psychologie Roy Baumeister, met de omineuze titel ‘Willpower’. En uit onderzoek van hoogleraar psychologie Denise de Ridder. Gaan piekeren over elk glas cola, elke vette hap, elke sigaret waar je een uitzondering voor zou kunnen maken, betekent telkens opnieuw beslissen. Zo vaak dat je wilskracht uitgeput raakt, en dan is het geen wonder dat er steeds meer uitzonderingen komen.

 

Oplossing: Één keer een beslissing nemen en je daar gewoon aan houden. Niet meer over nadenken, dan wordt het vanzelf een automatisme. En blijft er een hoop wilskracht over om andere dingen voor elkaar te krijgen. Voed jezelf op zoals je een kind opvoedt. ‘Als je nu van die sigaret, dat glas cola of die vette hap afblijft, dan krijg je later een heel groot cadeau: Je gezondheid!’

 

Klik hier om de column te lezen op FOK

1 May 2012
By on 11:22
Ik een zware roker? Hoe kom je erbij!

zondag 29 april 2012

Op donderdag 5 januari 2012 verscheen mijn artikel over roken in NRC Next. Hieronder het stuk zoals het door NRC Nextredacteur Hendrik Spiering is geredigeerd om het aan te passen aan het format van pagina 3 van NRC Next. Daaronder mijn laatste versie.

 

Ik een zware roker? Hoe kom je erbij!

Een miljoen rokers gaat het weer proberen: stoppen

 

Een miljoen rokers proberen het weer aan het begin van het jaar: hun verslaving vaarwelzeggen. In 2012 zijn de vooruitzichten somberder dan in 2011 omdat medicijnen niet meer vergoed worden. Met name jammer voor zware rokers, van wie er veel meer blijken te zijn dan werd gedacht. Maurits Westerbeek behandelt vijf vragen over stoppen met roken.

 

1. Hoeveel roken we?

In Nederland zijn er al jaren zo’n 3,7 miljoen rokers. Tot die conclusie komen zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als onderzoeksbureau TNS Nipo, dat in opdracht van anti-rookorganisatie Stivoro onderzoek deed. Dat aantal lijkt redelijk betrouwbaar. Maar over hoeveel ze roken bestaan uiteenlopende cijfers. In de periode 2004-2010 rookten ze volgens het CBS gemiddeld 11 sigaretten per dag. Volgens TNS Nipo waren het er 14,5. De waarheid ligt niet ergens in het midden. Voor elke 11 of 14,5 sigaretten die ze volgens eigen zeggen opstaken, hebben Nederlandse rokers er bijna 21 gekocht. Als je alles optelt wat de Nederlander zegt te roken kom je dus op 15 à 19 miljard sigaretten per jaar. Maar de Nederlandse staat heft jaarlijks accijns over bijna 25 miljard sigaretten, kant en klaar uit een pakje of zelfgedraaid (shag). En daar bovenop komen nog eens zo’n drie miljard sigaretten uit legale en illegale import, zo blijkt uit onderzoek van accountants- en adviesorganisatie KPMG, totaal 28 miljard. Dat aantal is veel betrouwbaarder, daar let de belastingdienst wel op.

 

2. Waarom zo’n groot verschil?

Op de eigen site signaleert ook het CBS het verschil tussen zijn cijfers en de uitkomsten die volgen uit de verkoopcijfers. Maar woordvoerder Diederik Visser zegt niettemin: „De verwachting is dat de antwoorden bij het CBS-onderzoek redelijk conform de werkelijkheid zijn.” Voor het verschil met Stivoro/TNS Nipo heeft hij geen verklaring. Ook niet voor het feit dat een roker kennelijk niet meer dan de helft oprookt van de sigaretten die hij koopt, als de CBS-cijfers zouden kloppen.

TNS Nipo is wel bereid kritisch naar het eigen onderzoek te kijken. Anneloes Klaasen van TNS Nipo: „Je heb te maken met een herinneringseffect, weten mensen het echt nog wel?” Het geheugenverlies lijkt echter ‘oostindisch’. Populair maak je je bijna nergens meer als stevige roker. Psycholoog Marc Willemsen is sinds een jaar hoogleraar ‘tabakontmoediging’ in Maastricht en hij wijst op de onvermijdelijke sociale wenselijkheid van de antwoorden. „Veel rokers zouden liever niet roken en zijn van plan om ooit te stoppen. Hun eigen rookgedrag geeft veel rokers negatieve emoties”, zegt Willemsen. „Om die te dempen rationaliseren ze dat gedrag en interpreteren ze de feiten positief.”

Cognitieve dissonantie, zo noemen psychologen dit verschijnsel. Rokers schatten ook voor zichzelf hun tabaksconsumptie liever te laag in. Al die miljarden sigaretten worden echt wel opgerookt dus.

 

3. Hoeveel zware rokers zijn er dan echt?

Wie meer dan twintig sigaretten per dag rookt is volgens het CBS een ‘zware roker’. Volgens de CBS-cijfers zit 19,4 procent van de rokers boven dat ‘pakje per dag’: zo’n 700.000 rokers. Maar als de rokers inderdaad zoveel roken als ze kopen en dus veel meer dan ze aan het CBS vertellen dat ze roken, ligt dat aantal ongetwijfeld veel hoger, want ook het gemiddelde aantal gerookte sigaretten per dag ligt ineens boven de 20. Hoe veel zware rokers er bij komen is zonder betrouwbaardere enquêtes niet goed in te schatten. Hoe dan ook, al die zware rokers hebben aantoonbaar baat bij intensieve stoppen-met-rokenprogramma’s. In 2011 werden medicijnen, mits in combinatie met gedragsbegeleiding, uit het basispakket vergoed. Want op alleen wilskracht lukt het stoppen in slechts vijf procent van de gevallen. Met medicijnen in combinatie met gedragsbegeleiding kan dat tot maximaal een kwart oplopen. En juist in 2011 bleek het aantal rokers voor het eerst in jaren te dalen. In het tweede kwartaal van 2011 zei (in een TNS Nipo-onderzoek) 24,3 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder ‘weleens’ te roken. In het tweede kwartaal van 2010 bedroeg het aantal rokers nog 26,5 procent. De laatste forse afname van het aantal rokers was in 2004 – toen de verplicht rookvrije werkplek werd ingevoerd en het aantal rokers van 30 naar 28 procent daalde. Overigens zijn de anti-rookmedicijnen per 1 januari 2012 alweer uit het basispakket. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) vindt dat gestopte rokers de medicijnen met gemak kunnen betalen van het geld dat ze uitsparen door niet meer te roken. Elk jaar ondernemen bijna een miljoen rokers een of meer pogingen van het roken af te komen.

 

4. Waarom is het zo moeilijk?

Iedere roker rookt wat hij nodig heeft voor zijn ‘neurobiologisch systeem’, zegt longarts Van Spiegel. Voor een roker met een gemiddeld snelle afbraak van nicotine in het lichaam, zijn dat twintig sigaretten per dag. „Zeventig procent van de rokers is gemiddeld op dit punt.” Je geldt als zware roker als je meer rookt.

Een roker bepaalt dus niet bewust hoeveel hij rookt. Als de nicotinespiegel in zijn lichaam tot een kritische grens daalt, krijgt hij zin in een sigaret. De hersenen van een kettingroker breken nicotine snel af, waardoor de tussenpozen kort zijn. Bij een lichte roker blijft de nicotinespiegel langer op peil.

Het rookverbod op veel plaatsen heeft de hardcore nicotineverslaafden gedwongen tot een aanpassing van hun gedrag. Ze moeten langer wachten tot ze er weer eentje kunnen opsteken. Willemsen: „Ze compenseren, dat wil zeggen dat ze dieper inhaleren en een sigaret helemaal oproken.” Ook rokers die proberen te ‘minderen’, compenseren op die manier. Hoewel ze minder sigaretten roken, krijgen ze daardoor vaak evenveel nicotine binnen.

Rokers met hersenen die minder gevoelig zijn voor nicotine hebben meer controle over hun rookgedrag. Chippers worden ze wel genoemd, dat zijn de rokers die jarenlang vijf of minder sigaretten per dag opsteken. Het zijn de sociale rokers. Hoe vaker ze in situaties komen waar gerookt wordt, hoe meer ze zelf roken.

 

5. Wat is het beste moment?

Elke gerookte sigaret heeft een aantoonbaar effect, zegt Van Spiegel. Artsen beschouwen het aantal ‘pakjaren’ als bepalend voor het effect op de gezondheid: wie dagelijks een pakje rookt, zit na tien jaar op tien pakjaren. Met een half pakje per dag zijn dat er vijf. Effecten op hart en bloedvaten treden het snelst op, maar zijn ook relatief goed omkeerbaar na stoppen met roken. Aandoeningen aan de luchtwegen bouwen langzamer op. Als een roker met zo’n aandoening stopt, treedt geen verdere schade op, maar de schade die er al is, is nauwelijks omkeerbaar.

Niet roken is het beste, maar de NRC-wetenschapsredactie heeft op basis van gedetailleerde levensverwachtingscijfers uit 2002 ook wel eens uitgerekend wanneer een gemiddelde roker, die zo lang mogelijk wil blijven leven, maar óók zo lang mogelijk wil roken het beste kan stoppen. Het beste moment om te stoppen is rond het 45ste levensjaar, zo bleek. Vrij laat dus. Want een man die al stopt rond zijn 35ste jaar leeft 8,5 jaar langer dan iemand die zijn hele leven doorrookt, ongeveer dezelfde winst als helemaal niet roken. Iemand die pas op zijn 45ste stopt, boekt nog 7,1 jaar levenswinst op de eeuwige roker. Dat zijn dus tien jaar extra roken voor nog geen anderhalf jaar korter leven. Bij later stoppen loopt het levensverlies echter snel op. En deze cijfers gaan alleen over sterfte. Over hoe lang de gestopte roker nog gezond leeft waren geen cijfers, ook niet over de verschillen tussen veel en weinig roken. Maar ongetwijfeld geldt ook hier: veel roken is erger.

 

Hieronder mijn eigen laatste versie:

 

Rokende Nederlander paft er op los

 

Ook wel eens twijfels als een collega, vriendin, broer, misschien zelfs uw partner zegt dat het wel meevalt? Dat hij/zij alleen maar een gezelligheidsroker is. Niet meer dan een paar sigaretten of sjekkies per dag, of hooguit een half pakje. Uw twijfels zijn gegrond. Ook bij de veelgeciteerde enquêtes naar rookgedrag laten rokers niet het achterste van hun tong zien.

 

Dat feit is verrassend simpel vast te stellen. Vermenigvuldig het aantal rokers met het aantal sigaretten dat de gemiddelde roker volgens de enquêtes per dag verstookt. Vermenigvuldig het resultaat van die berekening met 365 en we zouden moeten weten hoeveel de Nederlandse rokers er met zijn allen jaarlijks opsteken, als de enquêtes kloppen. Vergelijk echter dat cijfer met wat er aan sigaretten en shag aangeschaft wordt, en opeens lijken miljarden verkochte sigaretten jaarlijks spoorloos te verdwijnen.

 

Aan een groep Nederlanders die een afspiegeling is van de bevolking, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks de vraag: Rookt u. Zo ja, dan is de volgende vraag: hoeveel sigaretten per dag? Onderzoeksbureau TNS Nipo doet in opdracht van Stichting voorlichting roken (Stivoro) hetzelfde. Wat het aantal rokers betreft komen beide instituten tot dezelfde conclusie. Het zijn er al jaren een vrij stabiele 3,7 miljoen.

 

Geen 11, geen 14,5 maar bijna 21

In de periode 2004-2010 rookten ze volgens het CBS gemiddeld 11 sigaretten de man (m/v) per dag, inclusief sjekkies. Volgens Stivoro waren het er 14,5. De waarheid ligt niet ergens in het midden. Voor elke 11 (CBS) of 14,5 (Stivoro) sigaretten die ze volgens eigen zeggen opstaken, hebben Nederlandse rokers er bijna 21 gekocht. Is er sprake van een even raadselachtige als grootscheepse verdwijning van sigaretten? Of is een even collectief als selectief geheugenverlies een aannemelijker verklaring?

 

De verkoopcijfers (deze alinea eventueel in een kader)

De Nederlandse staat heft jaarlijks accijns over bijna 25 miljard sigaretten, kant en klaar uit een pakje of zelfgedraaid (shag). Dat is het gemiddelde in de periode 2004-2010. Dat daar nog eens zo’n drie miljard sigaretten bijkomen uit legale en illegale import, blijkt uit onderzoek dat accountants- en adviesorganisatie KPMG sinds 2006 uitvoert. Nagemaakte sigaretten worden onder andere vanuit China gesmokkeld.

 

Verschil is systematisch

Psycholoog Marc Willemsen erkent dat er een systematisch gat zit tussen de uitkomsten van de onderzoeken van Stivoro en de verkoopcijfers van tabaksproducten. Hij is hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en werkt mee aan het jaarlijkse onderzoek van Stivoro, het Continu Onderzoek Rookgewoonten. Op de eigen site signaleert ook het CBS het verschil tussen zijn cijfers en de uitkomsten die volgen uit de verkoopcijfers.

 

Kennelijk vertellen rokers niet de hele waarheid over hun eigen rookgedrag. Waarom niet? Aan die vraag komt het CBS niet toe. Woordvoerder Diederik Visser: ‘De verwachting is dat de antwoorden bij het CBS-onderzoek redelijk conform de werkelijkheid zijn’ Voor het verschil met Stivoro/TNS Nipo heeft hij geen verklaring. Ook niet voor het feit dat dat een roker kennelijk niet meer dan de helft oprookt van de sigaretten die hij koopt, als de CBS-cijfers zouden kloppen.

 

Mogelijke verklaringen

TNS-Nipo is wel bereid kritisch naar de betrouwbaarheid van het eigen onderzoek te kijken. Anneloes Klaasen van TNS Nipo: ‘Je heb te maken met een herinneringseffect, weten mensen het echt nog wel?’ Het geheugenverlies lijkt echter ‘oostindisch’ van aard. Populair maak je je tegenwoordig bijna nergens meer als stevige roker. Psycholoog Willemsen wijst erop dat sociaal wenselijke antwoorden ook enquêtes parten kunnen spelen.

 

Maar dat is niet de hele verklaring. Willemsen: ‘Veel rokers zouden liever niet roken en zijn van plan om ooit te stoppen. Hun eigen rookgedrag geeft veel rokers negatieve emoties. Om die te dempen rationaliseren ze dat gedrag en interpreteren ze de feiten positief’. Cognitieve dissonantie, zo noemen psychologen het verschijnsel. Rokers schatten niet alleen voor de buitenwereld maar ook voor zichzelf hun tabaksconsumptie liever te laag in.

 

Een gemiddelde Nederlandse roker is volgens de ‘nieuwe’ cijfers een zware roker. Het CBS legt de grens bij twintig sigaretten per dag. Volgens de CBS-cijfers zit 19,4 procent van de rokers daarboven. Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat ook dit getal met een gerust hart verdubbeld mag worden.

 

Zware rokers hebben hulp nodig

‘Rookarts’ Paul van Spiegel: ‘Dat de gemiddelde roker meer rookt dan gedacht wordt, betekent praktisch vertaald dat er tienduizenden rokers extra boven de grens van een pakje per dag zitten. In mijn praktijk als longarts, en als begeleider van mensen die hulp nodig hebben bij het stoppen met roken, kom ik vooral die probleemrokers tegen.’ Van Spiegel werkt als longarts in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam en heeft veel kennis van de diverse medische en neurobiologische aspecten van roken.

 

Er zijn in Nederland meer zware rokers (probleemrokers) dan we allemaal dachten, de overheid incluis. Misschien zijn het er wel twee keer zoveel. Precies de categorie die aantoonbaar baat heeft bij intensieve hulp-bij-stoppenprogramma’s. Van 1 januari tot en met 31 december 2011 werden medicijnen, mits in combinatie met gedragsbegeleiding, uit het basispakket vergoed. Recente cijfers lijken erop te wijzen dat de maatregel effect gehad heeft. In de eerste helft van 2011 is het aantal rokers voor het eerst sinds vele jaren duidelijk gedaald.

 

Ver voordat die cijfers bekend werden, had minister Edith Schippers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) al besloten de medicijnen per 1 januari 2012 alweer uit het basispakket te schrappen. Toch bleef de minister bij haar besluit. Ook door het nieuws dat het aantal probleemrokers (dus -stoppers) veel groter is dan aangenomen, laat ze zich niet van haar stuk brengen. Schippers stelt zich op het standpunt dat gestopte rokers de medicijnen met gemak kunnen betalen van het geld dat ze uitsparen door niet meer te roken. In de praktijk blijkt die logica aan velen niet besteed. Als stoppen niet lukt ben je dubbel geld kwijt, voor medicijnen én sigaretten.

 

Miljoen rokers proberen te stoppen

Het ziet er dus naar uit dat de jaarlijkse vloedgolf van stoppogingen die deze week begonnen is, minder succesvol zal zijn dan vorig jaar. Elk jaar doen bijna een miljoen rokers een of meer pogingen om van het roken af te komen. Op alleen wilskracht lukt het in slechts vijf procent van de gevallen. Met medicijnen in combinatie met gedragsbegeleiding kan dat tot maximaal een kwart oplopen. Nog steeds niet indrukwekkend maar het scheelt.

 

Tegelijkertijd begint telkens een nieuwe lichting jongeren aan een rokerscarrière. De minister stelt dat preventie een van haar topprioriteiten is. Ze beroept zich er op aan preventie meer uit te geven dan het vorige kabinet. Maar ondertussen blijft het grote aantal rokers dat met de ene sigaret de andere aansteekt, de jeugd het signaal geven dat roken best kan.

 

 

Afzonderlijk kaderartikel

Je rookt wat je nodig hebt

‘Rookarts’ Paul van Spiegel: ‘Iedere roker rookt wat hij nodig heeft voor zijn neurobiologisch systeem. Voor een roker met een gemiddeld snelle afbraak van nicotine in het lichaam, zijn dat twintig sigaretten per dag. Zeventig procent van de rokers is gemiddeld op dit punt.’ Misschien niet geheel toevallig dat deze feiten uit de praktijk fraai overeenkomen met de cijfers die ontleend zijn aan de verkoop van rookwaren.

 

Een roker bepaalt dus niet bewust hoeveel hij rookt. Als de nicotinespiegel in zijn lichaam tot een kritische grens daalt, krijgt hij zin in een sigaret. De hersenen van een kettingroker breken nicotine snel af, waardoor de tussenpozen kort zijn. Bij een lichte roker blijft de nicotinespiegel langer op peil.

 

Het rookverbod op vele plaatsen heeft de hardcore nicotineverslaafden gedwongen tot een aanpassing van hun gedrag. Ze moeten langer wachten tot ze er weer eentje kunnen opsteken. Willemsen: ‘Ze compenseren, dat wil zeggen dat ze dieper inhaleren en een sigaret helemaal oproken’. Ook rokers die proberen te ‘minderen’, compenseren. Hoewel ze minder sigaretten roken, krijgen ze evenveel nicotine binnen.

 

Chippers

Rokers met hersenen die minder gevoelig zijn voor nicotine, hebben meer controle over hun rookgedrag. Chippers worden ze wel genoemd, dat zijn rokers die jarenlang op vijf of minder sigaretten per dag blijven zitten. Het zijn de sociale rokers. Hoe vaker ze in situaties komen waar gerookt wordt, hoe meer ze het zelf doen.

 

Van Spiegel: ‘Elke gerookte sigaret heeft een aantoonbaar effect.’ Artsen beschouwen het aantal ‘pakjaren’ als bepalend voor het effect op de gezondheid. Wie dagelijks een pakje rookt, zit na tien jaar op tien pakjaren. Met een half pakje per dag zijn dat er vijf. Effecten op hart en bloedvaten treden het snelst op, maar zijn ook relatief goed omkeerbaar na stoppen met roken. Aandoeningen aan de luchtwegen bouwen langzamer op. Als een roker met zo’n aandoening stopt, treedt geen verdere schade op, maar de schade die er al is, is nauwelijks omkeerbaar.

 

Klik hier om het artikel te lezen op het blog van NRC Next

 

29 April 2012
By on 10:36
De mensenstand

Vrijdag 27 april 2012

 

Die nieuwe column op FOK waar ik gisteren op deze plaats reclame voor maakte was eigenlijk bedoeld als opiniestuk in de NRC. Als ik het bekortte tot maximaal 250 woorden zouden ze het opnieuw in overweging nemen, schreef Derk Walters terug nadat ik het opgestuurd had. Hij is van de opinieredactie van de NRC. ‘Me reet,’ dacht ik eerst. 250 woorden, dat is bij NRC precies de grens tussen een ingezonden brief en een ‘echt’ opiniestuk. Beneden mijn stand. Maar Arnon Grunberg kan het in 150 woorden in de Volkskrant, was mijn volgende gedachte. Een uitdaging. Ik had maar liefst 250 woorden, het zou niet eens nodig moeten zijn in telegramstijl over te gaan. Het lukte. Vandaag kreeg ik een e-mail van de opinieredactie van de NRC dat ze ook de korte versie niet zouden plaatsen. Ze schreven erbij dat het ze speet me niet anders te kunnen berichten. En dat de redactie helaas niet in staat was te corresponderen over dit besluit. Het was een standaardtekst. Waarschijnlijk tientallen anderen hebben vandaag een eensluidende mail van de opinieredactie van de NRC gekregen. Bijna alle redactiepagina’s en alle opiniestukken in de NRC schijnen dezer dagen over politiek en economie te moeten gaan, daar zou het aan kunnen liggen. Of misschien vonden ze dat ik wel erg onaardig was tegen columniste Rosanne Hertzberger. Of dat ik gewoon een vervelend mannetje ben. Ook goed, dan zet ik dat stukje gewoon hier:

 

De mensenstand

 

Rosanne Hertzberger lijkt een punt te hebben met haar column in de NRC van zaterdag. Een aftandse Spaanse koning brengt met zijn donderbus heus geen slag toe aan de olifantenstand. ‘Zelfhaat,’ noemt Hertzberger de behoefte om ‘niets omver te stoten of ergens op te trappen.’ Ze hoopt dat de geschiedenisboekjes over een eeuw zullen vermelden dat ‘onze preoccupatie’ met de natuur een ‘tijdelijke bevlieging’ was.

 

Maar stel dat al die ‘malligheid’ doorzet. ‘Elk inzicht komt in drie fasen. Eerst wordt erom gelachen. Vervolgens wordt het te vuur en te zwaard bestreden en tenslotte voetstoots geaccepteerd.’ Meer dan mooi genoeg om gezegd te zijn door Arthur Schopenhauer. Het lachen is mevrouw Hertzberger al vergaan, alarmfase twee lijkt aangebroken.

 

De Spaanse vorst is geen bedreiging voor de olifantenstand. Anders Breivik is geen bedreiging voor de mensenstand, bedenkt een slimme olifant.

 

Bijna alle religies juichen de exploitatie van dieren van harte toe. Ongelovigen rechtvaardigen de menselijke roofzucht liever door te wijzen op zijn superioriteit, vanwege zijn intelligentie dus, godbetert. Daartussen kunnen kiezen, dat is bij uitstek het recht van de sterkste. Maar Schopenhauer kijkt mee! Over honderd jaar vragen ze zich af waarom een beschaafde soort als de onze, verwante variëteiten tot in de eenentwintigste eeuw het leven heeft zuur gemaakt.

 

Misschien is Hertzbergers beroepsdeformatie mede debet aan haar visie. Zeker voor een moleculair microbioloog moet ‘das leben der anderen’ een kluwen microgebeurtenissen zijn die alleen met behulp van instrumenten zichtbaar wordt. Zo is er natuurlijk geen ziel te bekennen.

 

Ik reageerde op deze column Hij is op zaterdag 21 april verschenen in de bijlage Opinie en Debat maar is niet te lezen op de site van de NRC.

 

27 April 2012
By on 17:13
De waarde van een olifant

Donderdag 26 april 2012

 

Sinds gisteren staat de volgende column online op FOK.nl

 

De waarde van een olifant

 

Rosanne Hertzberger lijkt een punt te hebben met haar column in de NRC van zaterdag. Wat een gedoe over die Hedwigepolder die zo nodig moet worden teruggegeven aan het water. En brengt die aftandse Spaanse koning, even in de rol van koene jager, werkelijk een slag toe aan de olifantenstand? Aan een boom zo vol geladen, mist men toch een twee pruimpjes niet. Zieke zeehondjes redden uit de Waddenzee met de zeehondjesambulance om ze te vertroetelen in speciale zeehondjesziekenhuizen is inderdaad het andere uiterste. Waarbij, om het geheugen op te frissen, het ene uiterste natuurlijk de gruwelijke slachtpartijen op hun Canadese neefjes en nichtjes zijn. Ook daarvan is geen zinnig mens een voorstander dus de waarheid moet wel in het redelijke midden liggen. Precies daar waar Rosanne zich meent te hebben opgesteld. Haar nauwelijks verholen hoop dat een eeuw verderop de geschiedenisboekjes zullen vermelden dat ‘onze preoccupatie’ met de natuur een ‘tijdelijke bevlieging’ was, kan niet zomaar ongegrond worden genoemd. Of zou er iets totaal anders in staan tegen die tijd? Geschiedenis wordt nu eenmaal per definitie achteraf geschreven. Stel nu eens dat al die malligheid doorzet, het zou niet voor het eerst zijn …

 

Klik hier om verder te lezen op FOK

 

25 April 2012
By on 23:08
Een echte vent durft een jurk aan

donderdag 19 april 2012

Sinds woensdag 21 december 2011 staat de volgende column online op FOK

 

Een echte vent durft een jurk aan

 

Een man in een jurk, en ook nog eens met een push up bh eronder, het is me toch wat! Vooral als hij pontificaal in een reclame van onze vertrouwde Hema zit. Vroeger van de ouderwetse bremzoute rookworsten, tegenwoordig dus ook van frivool ondergoed. Let op de levensgrote foto’s bij de bushokjes, vooral die met dat zwarte jurkje is verbluffend.

 

Andrej Pejic, heet hij trouwens. Beroep: Catwalkmodel, voor mannen- en voor vrouwenmode. Niet alleen zou je op die foto’s niet zeggen dat hij een man is, opgetuigd als vrouw ziet hij er ook nog eens adembenemend uit. Daar raken sommigen nogal van in de war. Zo in de war dat hij in allerlei reacties maar meteen voor hermafrodiet, transseksueel of transgender wordt versleten. Alsof ze in zijn onderbroek of in zijn hoofd hebben gekeken. Als er per se een labeltje aan moet, laat het dan in vredesnaam maar androgyn zijn. Voor de liefhebbers van het intrappen van open deuren.

 

Het enige dat Andrej er zelf over gezegd heeft, is dat hij misschien ooit een ‘sex change operation’ zou overwegen. Maar uitsluitend als hij dan in aanmerking komt om als model te mogen meelopen in de lingerieshow van Victoria’s Secret. Zonder operatie is dat gewoon een beetje lastig, voegde hij er niet ten onrechte aan toe. Conclusie: er hangt gewoon een penis tussen Andrejs benen. En hij noemt geen andere dan professionele motieven om eventueel te overwegen daar iets aan te laten doen. Hij heeft een goede baan, neem het hem eens kwalijk dat hij ambitie heeft.

 

Andrej is 100 procent man, hoe lastig het voor aanhangers van het Mars/Venusdenken ook is om dat te accepteren. Het ontbreken van bepaalde secundaire mannelijke kenmerken zou Andrej makkelijk kunnen verhelpen. Spieren kweek je in de fitness en een bierbuik op de bank voor de tv. Maar wie zou zichzelf, bij zijn volle verstand zoiets aandoen, als hij zijn fysiek zo mee heeft? Andrej zou wel gek zijn.

 

Aan zijn mooie borsten ligt het dus niet dat hij kan doorgaan voor een mooie vrouw, want die heeft hij niet. En zeker niet aan het mannelijk geslachtsdeel, want dat heeft hij wel. Maar waar schuilt zijn vrouwelijkheid dan in? In dat ranke lijf met die heuse taille en dat schattige gezichtje met de volle sensuele lippen? In die jurk, de lipstick, de nagellak, de push up bh, de naaldhakken en zijn lange blonde haren? De combinatie? Kennelijk! Maar wat is daar exclusief vrouwelijk aan?

 

Hebben vrouwen per definitie een rank lijf, een smalle taille, een lief gezichtje en volle sensuele lippen? En wat maakt een jurk, lipstick, nagellak, een push up bh (die laat zien wat er niet is), naaldhakken en lange blonde haren vrouwelijk? Alleen maar omdat we dat toevallig zo afgesproken hebben! Zoals we vroeger de afspraak hadden dat een broek uitsluitend voor mannen is. Het kan dus verkeren.

 

Andrej heeft veel mee, behalve nou precies de kenmerken die alle vrouwen van nature met elkaar gemeen hebben. Wat heeft zijn vrouwelijkheid dan te maken met ehm, tja, ehm, met vrouwelijkheid dus? En toch voldoet hij helemaal aan het vrouwelijk schoonheidsideaal. Dat vrouwelijk schoonheidsideaal is dus meer schoonheidsideaal dan vrouwelijk. Geen wonder dat sommige mannen daar beter aan voldoen dan de meeste vrouwen. Schoonheid is androgyn, eigenlijk een open deur.

Klik hier om de column te lezen op FOK.

De colum is ook te lezen op liefdeenzo.nu

19 April 2012
By on 19:42
Bezuinigen helpt niet, belastingverhoging wel

Vrijdag 13 april 2012

Vandaag is op pagina 19 van Trouw een opiniestuk van mij gepubliceerd.

 

Bezuinigen helpt niet, belastingverhoging wel (niet mijn titel maar alla)

 

Het H-woord is nauwelijks een taboe meer, tijd om het eens over het B-woord te hebben. B van belastingverhoging natuurlijk. Aanleiding genoeg. We zitten met een staatsschuld van vierhonderd miljard, een bom onder het economisch stelstel. Die schuld is het gevolg van de merkwaardige gewoonte van de overheid om minder belasting te heffen dan hij van plan is uit te geven. Crisis of geen crisis, rechtse of linkse regering, vrijwel elk jaar dient de Kees de Jager van dienst een begroting in met een gat. Het gebeurt niet alleen in Nederland maar in bijna de hele wereld. Dat kan geen toeval zijn, dus is het opzet. En daarmee voer voor liefhebbers van complottheorieen. Neem het psychologisch effect op de burger van een begrotingstekort. Het ligt voor de hand dat de burger gaat denken dat de overheid teveel uitgeeft, vandaar de voorspelbare Pavlovreactie: dat de overheidsuitgaven omlaag moeten. Terwijl het alternatief minstens zo logisch is: Genoeg belasting heffen om er een democratisch vastgestelde begroting mee te kunnen dekken…

Hier kan je verder lezen op de site van Trouw.

 

Update: het stuk staat sinds zaterdag 14 april ook als column op FOK.nl onder de titel Regeren is belasting heffen. Klik hier om de column op FOK te lezen.

 

13 April 2012
By on 14:10
Desastreuze datingperikelen

Vrijdag 13 april 2012

Sinds eergisteren staat de volgende column online op FOK.nl

 

Desastreuze datingperikelen

 

Voor je verder leest eerst dit: Don’t do this at home! Laten mijn desastreuze datingperikelen die ik verderop uit de doeken ga doen, voor iedereen een waarschuwing zijn. Je zal het zien, mijn strategie leidt tot niets. Geen relatie en nauwelijks seks. De misère begon zoals het meestal begint. In het werkelijke leven kwam ik haar niet tegen. Die verleidelijke ongelooflijk leuke mooie lange slanke lekkere jonge meid. Die na kennismaking ook nog intelligent, levenswijs en creatief blijkt te zijn, humor heeft en met wie ik helemaal op dezelfde golflengte zit. En die me tenslotte nadat ze me wild fladderende vlinders in mijn buik bezorgd heeft vraagt of ik zin hebt om met haar mee naar huis te gaan om er een spetterend slot aan te maken. Misschien het begin van een lang en gelukkig leven. Niet dus! …

Klik hier om verder te lezen op FOK

 

De column is eerder gepubliceerd op www.liefdeenzo.nu onder de titel ‘Mijn mislukkingenstrategie’

 

 


By on 08:26
Uitlaatgassen snuiven

zaterdag 7 april 2012

 

Mijn column in het decembernummer van FIETS 2011.

 

Uitlaatgassen snuiven

 

Laatst raakte ik verzeild in een gesprek met een ex-profwielrenner en een inspanningsfysioloog. Op een zeker moment verontschuldigde de ex-prof zich, hij moest even naar buiten om te roken. “Ik weet dat het verkeerd is”, zei hij schuldbewust, vooral tegen de inspanningsfysioloog van wie hij natuurlijk de wind van voren verwachtte. “Weet je wel dat roken juist voor duursporters ontzettend slecht is?”, vroeg de wetenschapper streng. “1 sigaret verlaagt je prestatieniveau vele uren, het is wetenschappelijk aangetoond.” Het had allemaal te maken met koolmonoxide, die in het bloed de kostbare zuurstof verdringt. Roken is eigenlijk een soort omgekeerde EPO. Ja, hij rookte ook toen hij de Tour reed, gaf de ex-prof toe. “1 of 2 maar in de hele ronde”, verontschuldigde hij zich nog maar een keer. Jan Raas, vertelde hij, dat was pas een roker. Raas, de man met de turbodijen, het was een beul in de sprint, maar daar heb je niet direct zuurstof bij nodig. In de bergen, waar elk zuurstofmolecuul goud waard is, was hij aangewezen op de bus. Even een brainwave, Jan Raas demarreert in de bergen, soepel danst hij weg bij de concurrentie. Als Jan Raas nou eens niet gerookt had, gele trui in Parijs?

 

Wielrenners zijn bereid de gekste dingen te doen, als ze maar geloven dat het resultaat prestatiebevorderend is; hele carrieres worden er desnoods voor op het spel gezet. Terwijl het ook simpel, veilig en legaal kan; van de sigaretten afblijven, daar kan geen doping tegenop. Maar kennelijk is roken voor sommige sporters nog verslavender dan presteren. Opeens zag ik een mogelijke verklaring voor een vergelijkbaar verschijnsel. Tijdens een rit op de racefiets, kort voor dat gesprek overkwam het me weer eens. Een andere racefietser, die ik net had ingehaald, ging me even later soepeltjes voorbij. Aan het wiel van een brommer, met zijn neus dus pal achter de uitlaat ervan. Hij inhaleerde de uitlaatgassen met de gretigheid van een roker die de rook van een verse sigaret zijn longen inzuigt. Ik deed geen moeite om bij hem in het wiel te komen. Aan koolmonoxide dacht ik nog niet eens, de onwelriekende aroma’s uit een brommeruitlaat zijn voor mij reden genoeg om ruim afstand te houden. Ik deed dus even rustig aan, tot ik het polycylische koolwaterstoffen en fijnstof producerende geval, met de uitlaatgassenverslaafde in zijn kielzog, niet meer kon ruiken. Als ik die ‘wielrenner’ had kunnen vragen waarom, dan had hij ongetwijfeld ‘training’ gezegd. Training? Waarvoor dan? Het winterseizoen stond voor de deur. En bovendien, hij was helemaal geen wielrenner, hij speelde er eentje.

 

Ook echte wielrenner Johan van Summeren laat zich niets gelegen liggen aan de uitstoot van verbrandingsmotoren. In het septembernummer van FIETS vertelde hij, het liefst langs grote wegen te trainen. Veel liever dan op de lieflijk kronkelende weggetjes in de Limburgse heuvels. Geen wonder dus dat ook serieuze would-be coureurs graag de uitlaatgassen opzoeken. Om verslaafd te raken aan fietspaden en mooie rustige routes moet je een beetje wereldvreemd zijn, zoals ik.

 

7 April 2012
By on 09:19