zondag 29 april 2012
Op donderdag 5 januari 2012 verscheen mijn artikel over roken in NRC Next. Hieronder het stuk zoals het door NRC Nextredacteur Hendrik Spiering is geredigeerd om het aan te passen aan het format van pagina 3 van NRC Next. Daaronder mijn laatste versie.
Ik een zware roker? Hoe kom je erbij!
Een miljoen rokers gaat het weer proberen: stoppen
Een miljoen rokers proberen het weer aan het begin van het jaar: hun verslaving vaarwelzeggen. In 2012 zijn de vooruitzichten somberder dan in 2011 omdat medicijnen niet meer vergoed worden. Met name jammer voor zware rokers, van wie er veel meer blijken te zijn dan werd gedacht. Maurits Westerbeek behandelt vijf vragen over stoppen met roken.
1. Hoeveel roken we?
In Nederland zijn er al jaren zo’n 3,7 miljoen rokers. Tot die conclusie komen zowel het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) als onderzoeksbureau TNS Nipo, dat in opdracht van anti-rookorganisatie Stivoro onderzoek deed. Dat aantal lijkt redelijk betrouwbaar. Maar over hoeveel ze roken bestaan uiteenlopende cijfers. In de periode 2004-2010 rookten ze volgens het CBS gemiddeld 11 sigaretten per dag. Volgens TNS Nipo waren het er 14,5. De waarheid ligt niet ergens in het midden. Voor elke 11 of 14,5 sigaretten die ze volgens eigen zeggen opstaken, hebben Nederlandse rokers er bijna 21 gekocht. Als je alles optelt wat de Nederlander zegt te roken kom je dus op 15 à 19 miljard sigaretten per jaar. Maar de Nederlandse staat heft jaarlijks accijns over bijna 25 miljard sigaretten, kant en klaar uit een pakje of zelfgedraaid (shag). En daar bovenop komen nog eens zo’n drie miljard sigaretten uit legale en illegale import, zo blijkt uit onderzoek van accountants- en adviesorganisatie KPMG, totaal 28 miljard. Dat aantal is veel betrouwbaarder, daar let de belastingdienst wel op.
2. Waarom zo’n groot verschil?
Op de eigen site signaleert ook het CBS het verschil tussen zijn cijfers en de uitkomsten die volgen uit de verkoopcijfers. Maar woordvoerder Diederik Visser zegt niettemin: „De verwachting is dat de antwoorden bij het CBS-onderzoek redelijk conform de werkelijkheid zijn.” Voor het verschil met Stivoro/TNS Nipo heeft hij geen verklaring. Ook niet voor het feit dat een roker kennelijk niet meer dan de helft oprookt van de sigaretten die hij koopt, als de CBS-cijfers zouden kloppen.
TNS Nipo is wel bereid kritisch naar het eigen onderzoek te kijken. Anneloes Klaasen van TNS Nipo: „Je heb te maken met een herinneringseffect, weten mensen het echt nog wel?” Het geheugenverlies lijkt echter ‘oostindisch’. Populair maak je je bijna nergens meer als stevige roker. Psycholoog Marc Willemsen is sinds een jaar hoogleraar ‘tabakontmoediging’ in Maastricht en hij wijst op de onvermijdelijke sociale wenselijkheid van de antwoorden. „Veel rokers zouden liever niet roken en zijn van plan om ooit te stoppen. Hun eigen rookgedrag geeft veel rokers negatieve emoties”, zegt Willemsen. „Om die te dempen rationaliseren ze dat gedrag en interpreteren ze de feiten positief.”
Cognitieve dissonantie, zo noemen psychologen dit verschijnsel. Rokers schatten ook voor zichzelf hun tabaksconsumptie liever te laag in. Al die miljarden sigaretten worden echt wel opgerookt dus.
3. Hoeveel zware rokers zijn er dan echt?
Wie meer dan twintig sigaretten per dag rookt is volgens het CBS een ‘zware roker’. Volgens de CBS-cijfers zit 19,4 procent van de rokers boven dat ‘pakje per dag’: zo’n 700.000 rokers. Maar als de rokers inderdaad zoveel roken als ze kopen en dus veel meer dan ze aan het CBS vertellen dat ze roken, ligt dat aantal ongetwijfeld veel hoger, want ook het gemiddelde aantal gerookte sigaretten per dag ligt ineens boven de 20. Hoe veel zware rokers er bij komen is zonder betrouwbaardere enquêtes niet goed in te schatten. Hoe dan ook, al die zware rokers hebben aantoonbaar baat bij intensieve stoppen-met-rokenprogramma’s. In 2011 werden medicijnen, mits in combinatie met gedragsbegeleiding, uit het basispakket vergoed. Want op alleen wilskracht lukt het stoppen in slechts vijf procent van de gevallen. Met medicijnen in combinatie met gedragsbegeleiding kan dat tot maximaal een kwart oplopen. En juist in 2011 bleek het aantal rokers voor het eerst in jaren te dalen. In het tweede kwartaal van 2011 zei (in een TNS Nipo-onderzoek) 24,3 procent van de Nederlanders van vijftien jaar en ouder ‘weleens’ te roken. In het tweede kwartaal van 2010 bedroeg het aantal rokers nog 26,5 procent. De laatste forse afname van het aantal rokers was in 2004 – toen de verplicht rookvrije werkplek werd ingevoerd en het aantal rokers van 30 naar 28 procent daalde. Overigens zijn de anti-rookmedicijnen per 1 januari 2012 alweer uit het basispakket. Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) vindt dat gestopte rokers de medicijnen met gemak kunnen betalen van het geld dat ze uitsparen door niet meer te roken. Elk jaar ondernemen bijna een miljoen rokers een of meer pogingen van het roken af te komen.
4. Waarom is het zo moeilijk?
Iedere roker rookt wat hij nodig heeft voor zijn ‘neurobiologisch systeem’, zegt longarts Van Spiegel. Voor een roker met een gemiddeld snelle afbraak van nicotine in het lichaam, zijn dat twintig sigaretten per dag. „Zeventig procent van de rokers is gemiddeld op dit punt.” Je geldt als zware roker als je meer rookt.
Een roker bepaalt dus niet bewust hoeveel hij rookt. Als de nicotinespiegel in zijn lichaam tot een kritische grens daalt, krijgt hij zin in een sigaret. De hersenen van een kettingroker breken nicotine snel af, waardoor de tussenpozen kort zijn. Bij een lichte roker blijft de nicotinespiegel langer op peil.
Het rookverbod op veel plaatsen heeft de hardcore nicotineverslaafden gedwongen tot een aanpassing van hun gedrag. Ze moeten langer wachten tot ze er weer eentje kunnen opsteken. Willemsen: „Ze compenseren, dat wil zeggen dat ze dieper inhaleren en een sigaret helemaal oproken.” Ook rokers die proberen te ‘minderen’, compenseren op die manier. Hoewel ze minder sigaretten roken, krijgen ze daardoor vaak evenveel nicotine binnen.
Rokers met hersenen die minder gevoelig zijn voor nicotine hebben meer controle over hun rookgedrag. Chippers worden ze wel genoemd, dat zijn de rokers die jarenlang vijf of minder sigaretten per dag opsteken. Het zijn de sociale rokers. Hoe vaker ze in situaties komen waar gerookt wordt, hoe meer ze zelf roken.
5. Wat is het beste moment?
Elke gerookte sigaret heeft een aantoonbaar effect, zegt Van Spiegel. Artsen beschouwen het aantal ‘pakjaren’ als bepalend voor het effect op de gezondheid: wie dagelijks een pakje rookt, zit na tien jaar op tien pakjaren. Met een half pakje per dag zijn dat er vijf. Effecten op hart en bloedvaten treden het snelst op, maar zijn ook relatief goed omkeerbaar na stoppen met roken. Aandoeningen aan de luchtwegen bouwen langzamer op. Als een roker met zo’n aandoening stopt, treedt geen verdere schade op, maar de schade die er al is, is nauwelijks omkeerbaar.
Niet roken is het beste, maar de NRC-wetenschapsredactie heeft op basis van gedetailleerde levensverwachtingscijfers uit 2002 ook wel eens uitgerekend wanneer een gemiddelde roker, die zo lang mogelijk wil blijven leven, maar óók zo lang mogelijk wil roken het beste kan stoppen. Het beste moment om te stoppen is rond het 45ste levensjaar, zo bleek. Vrij laat dus. Want een man die al stopt rond zijn 35ste jaar leeft 8,5 jaar langer dan iemand die zijn hele leven doorrookt, ongeveer dezelfde winst als helemaal niet roken. Iemand die pas op zijn 45ste stopt, boekt nog 7,1 jaar levenswinst op de eeuwige roker. Dat zijn dus tien jaar extra roken voor nog geen anderhalf jaar korter leven. Bij later stoppen loopt het levensverlies echter snel op. En deze cijfers gaan alleen over sterfte. Over hoe lang de gestopte roker nog gezond leeft waren geen cijfers, ook niet over de verschillen tussen veel en weinig roken. Maar ongetwijfeld geldt ook hier: veel roken is erger.
Hieronder mijn eigen laatste versie:
Rokende Nederlander paft er op los
Ook wel eens twijfels als een collega, vriendin, broer, misschien zelfs uw partner zegt dat het wel meevalt? Dat hij/zij alleen maar een gezelligheidsroker is. Niet meer dan een paar sigaretten of sjekkies per dag, of hooguit een half pakje. Uw twijfels zijn gegrond. Ook bij de veelgeciteerde enquêtes naar rookgedrag laten rokers niet het achterste van hun tong zien.
Dat feit is verrassend simpel vast te stellen. Vermenigvuldig het aantal rokers met het aantal sigaretten dat de gemiddelde roker volgens de enquêtes per dag verstookt. Vermenigvuldig het resultaat van die berekening met 365 en we zouden moeten weten hoeveel de Nederlandse rokers er met zijn allen jaarlijks opsteken, als de enquêtes kloppen. Vergelijk echter dat cijfer met wat er aan sigaretten en shag aangeschaft wordt, en opeens lijken miljarden verkochte sigaretten jaarlijks spoorloos te verdwijnen.
Aan een groep Nederlanders die een afspiegeling is van de bevolking, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks de vraag: Rookt u. Zo ja, dan is de volgende vraag: hoeveel sigaretten per dag? Onderzoeksbureau TNS Nipo doet in opdracht van Stichting voorlichting roken (Stivoro) hetzelfde. Wat het aantal rokers betreft komen beide instituten tot dezelfde conclusie. Het zijn er al jaren een vrij stabiele 3,7 miljoen.
Geen 11, geen 14,5 maar bijna 21
In de periode 2004-2010 rookten ze volgens het CBS gemiddeld 11 sigaretten de man (m/v) per dag, inclusief sjekkies. Volgens Stivoro waren het er 14,5. De waarheid ligt niet ergens in het midden. Voor elke 11 (CBS) of 14,5 (Stivoro) sigaretten die ze volgens eigen zeggen opstaken, hebben Nederlandse rokers er bijna 21 gekocht. Is er sprake van een even raadselachtige als grootscheepse verdwijning van sigaretten? Of is een even collectief als selectief geheugenverlies een aannemelijker verklaring?
De verkoopcijfers (deze alinea eventueel in een kader)
De Nederlandse staat heft jaarlijks accijns over bijna 25 miljard sigaretten, kant en klaar uit een pakje of zelfgedraaid (shag). Dat is het gemiddelde in de periode 2004-2010. Dat daar nog eens zo’n drie miljard sigaretten bijkomen uit legale en illegale import, blijkt uit onderzoek dat accountants- en adviesorganisatie KPMG sinds 2006 uitvoert. Nagemaakte sigaretten worden onder andere vanuit China gesmokkeld.
Verschil is systematisch
Psycholoog Marc Willemsen erkent dat er een systematisch gat zit tussen de uitkomsten van de onderzoeken van Stivoro en de verkoopcijfers van tabaksproducten. Hij is hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en werkt mee aan het jaarlijkse onderzoek van Stivoro, het Continu Onderzoek Rookgewoonten. Op de eigen site signaleert ook het CBS het verschil tussen zijn cijfers en de uitkomsten die volgen uit de verkoopcijfers.
Kennelijk vertellen rokers niet de hele waarheid over hun eigen rookgedrag. Waarom niet? Aan die vraag komt het CBS niet toe. Woordvoerder Diederik Visser: ‘De verwachting is dat de antwoorden bij het CBS-onderzoek redelijk conform de werkelijkheid zijn’ Voor het verschil met Stivoro/TNS Nipo heeft hij geen verklaring. Ook niet voor het feit dat dat een roker kennelijk niet meer dan de helft oprookt van de sigaretten die hij koopt, als de CBS-cijfers zouden kloppen.
Mogelijke verklaringen
TNS-Nipo is wel bereid kritisch naar de betrouwbaarheid van het eigen onderzoek te kijken. Anneloes Klaasen van TNS Nipo: ‘Je heb te maken met een herinneringseffect, weten mensen het echt nog wel?’ Het geheugenverlies lijkt echter ‘oostindisch’ van aard. Populair maak je je tegenwoordig bijna nergens meer als stevige roker. Psycholoog Willemsen wijst erop dat sociaal wenselijke antwoorden ook enquêtes parten kunnen spelen.
Maar dat is niet de hele verklaring. Willemsen: ‘Veel rokers zouden liever niet roken en zijn van plan om ooit te stoppen. Hun eigen rookgedrag geeft veel rokers negatieve emoties. Om die te dempen rationaliseren ze dat gedrag en interpreteren ze de feiten positief’. Cognitieve dissonantie, zo noemen psychologen het verschijnsel. Rokers schatten niet alleen voor de buitenwereld maar ook voor zichzelf hun tabaksconsumptie liever te laag in.
Een gemiddelde Nederlandse roker is volgens de ‘nieuwe’ cijfers een zware roker. Het CBS legt de grens bij twintig sigaretten per dag. Volgens de CBS-cijfers zit 19,4 procent van de rokers daarboven. Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat ook dit getal met een gerust hart verdubbeld mag worden.
Zware rokers hebben hulp nodig
‘Rookarts’ Paul van Spiegel: ‘Dat de gemiddelde roker meer rookt dan gedacht wordt, betekent praktisch vertaald dat er tienduizenden rokers extra boven de grens van een pakje per dag zitten. In mijn praktijk als longarts, en als begeleider van mensen die hulp nodig hebben bij het stoppen met roken, kom ik vooral die probleemrokers tegen.’ Van Spiegel werkt als longarts in het Slotervaartziekenhuis in Amsterdam en heeft veel kennis van de diverse medische en neurobiologische aspecten van roken.
Er zijn in Nederland meer zware rokers (probleemrokers) dan we allemaal dachten, de overheid incluis. Misschien zijn het er wel twee keer zoveel. Precies de categorie die aantoonbaar baat heeft bij intensieve hulp-bij-stoppenprogramma’s. Van 1 januari tot en met 31 december 2011 werden medicijnen, mits in combinatie met gedragsbegeleiding, uit het basispakket vergoed. Recente cijfers lijken erop te wijzen dat de maatregel effect gehad heeft. In de eerste helft van 2011 is het aantal rokers voor het eerst sinds vele jaren duidelijk gedaald.
Ver voordat die cijfers bekend werden, had minister Edith Schippers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) al besloten de medicijnen per 1 januari 2012 alweer uit het basispakket te schrappen. Toch bleef de minister bij haar besluit. Ook door het nieuws dat het aantal probleemrokers (dus -stoppers) veel groter is dan aangenomen, laat ze zich niet van haar stuk brengen. Schippers stelt zich op het standpunt dat gestopte rokers de medicijnen met gemak kunnen betalen van het geld dat ze uitsparen door niet meer te roken. In de praktijk blijkt die logica aan velen niet besteed. Als stoppen niet lukt ben je dubbel geld kwijt, voor medicijnen én sigaretten.
Miljoen rokers proberen te stoppen
Het ziet er dus naar uit dat de jaarlijkse vloedgolf van stoppogingen die deze week begonnen is, minder succesvol zal zijn dan vorig jaar. Elk jaar doen bijna een miljoen rokers een of meer pogingen om van het roken af te komen. Op alleen wilskracht lukt het in slechts vijf procent van de gevallen. Met medicijnen in combinatie met gedragsbegeleiding kan dat tot maximaal een kwart oplopen. Nog steeds niet indrukwekkend maar het scheelt.
Tegelijkertijd begint telkens een nieuwe lichting jongeren aan een rokerscarrière. De minister stelt dat preventie een van haar topprioriteiten is. Ze beroept zich er op aan preventie meer uit te geven dan het vorige kabinet. Maar ondertussen blijft het grote aantal rokers dat met de ene sigaret de andere aansteekt, de jeugd het signaal geven dat roken best kan.
Afzonderlijk kaderartikel
Je rookt wat je nodig hebt
‘Rookarts’ Paul van Spiegel: ‘Iedere roker rookt wat hij nodig heeft voor zijn neurobiologisch systeem. Voor een roker met een gemiddeld snelle afbraak van nicotine in het lichaam, zijn dat twintig sigaretten per dag. Zeventig procent van de rokers is gemiddeld op dit punt.’ Misschien niet geheel toevallig dat deze feiten uit de praktijk fraai overeenkomen met de cijfers die ontleend zijn aan de verkoop van rookwaren.
Een roker bepaalt dus niet bewust hoeveel hij rookt. Als de nicotinespiegel in zijn lichaam tot een kritische grens daalt, krijgt hij zin in een sigaret. De hersenen van een kettingroker breken nicotine snel af, waardoor de tussenpozen kort zijn. Bij een lichte roker blijft de nicotinespiegel langer op peil.
Het rookverbod op vele plaatsen heeft de hardcore nicotineverslaafden gedwongen tot een aanpassing van hun gedrag. Ze moeten langer wachten tot ze er weer eentje kunnen opsteken. Willemsen: ‘Ze compenseren, dat wil zeggen dat ze dieper inhaleren en een sigaret helemaal oproken’. Ook rokers die proberen te ‘minderen’, compenseren. Hoewel ze minder sigaretten roken, krijgen ze evenveel nicotine binnen.
Chippers
Rokers met hersenen die minder gevoelig zijn voor nicotine, hebben meer controle over hun rookgedrag. Chippers worden ze wel genoemd, dat zijn rokers die jarenlang op vijf of minder sigaretten per dag blijven zitten. Het zijn de sociale rokers. Hoe vaker ze in situaties komen waar gerookt wordt, hoe meer ze het zelf doen.
Van Spiegel: ‘Elke gerookte sigaret heeft een aantoonbaar effect.’ Artsen beschouwen het aantal ‘pakjaren’ als bepalend voor het effect op de gezondheid. Wie dagelijks een pakje rookt, zit na tien jaar op tien pakjaren. Met een half pakje per dag zijn dat er vijf. Effecten op hart en bloedvaten treden het snelst op, maar zijn ook relatief goed omkeerbaar na stoppen met roken. Aandoeningen aan de luchtwegen bouwen langzamer op. Als een roker met zo’n aandoening stopt, treedt geen verdere schade op, maar de schade die er al is, is nauwelijks omkeerbaar.
Klik hier om het artikel te lezen op het blog van NRC Next